Over locomotieven en wissels: de draad doorgeven
Gerrit Vignero
Artikel 4 in een reeks over: de draad tussen cliënt en begeleider
In het vorige artikel‘de (h)echte draad’ kwam de tweede draad aan bod. Daar werd al het onderscheid tussen ‘hechting’ en ‘onthechting’ geduid. Waar deze in de gewone ontwikkeling bijna parallel in mekaar overlopen en ook in de ontwikkelingspsychologie in één ontwikkelingsstap worden genoemd, onderscheidt de auteur deze omdat het een aantal handvatten geeft om ontwikkelingsthema’s werkbaar te maken. Waar hechting te maken heeft met het zoeken naar verbinding en het cirkelen rond de cliënt, wordt hier gezocht hoe de cliënt kan worden overdragen naar meerdere mensen. Vertrekkende van enkele belangrijke personen groeit de draad naar andere volwassenen en ontstaat er een emotionele hiërarchie. De ene volwassene is de andere niet. In dit artikel gaat het om deze draad : onthechting.
Opnieuw stoffert de auteur zijn beschrijving met talrijke herkenbare voorbeelden.
(Over)leven in een leefgroep: een belevingsonderzoek bij geplaatste jongens en hun opvoeders in een gemeenschapsinstelling voor Bijzondere Jeugdbijstand.
In dit onderzoek wordt nagegaan hoe jongens, die geplaatst zijn in een half-open afdeling van een gemeenschapsinstelling voor Bijzondere Jeugdbijstand, en hun opvoeders opvoeding en groepsdynamica beleven.
Omdat de belangstelling voor de beleving van jongeren en opvoeders in een gemeenschapsinstelling het uitgangspunt van dit onderzoek is, werd gekozen voor een kwalitatieve onderzoeksopzet. Er werden 15 jongens en 15 opvoeders bevraagd aan de hand van een semi-gestructureerd interview. Het gebruik van vaste topics en vragen garandeert namelijk dat een aantal essentiële zaken worden besproken.
Opvoeden is een proces waarin zowel een volwassene als een jongere een rol spelen. In een ‘gewone’ opvoedingssituatie wordt de rol van volwassene meestal ingevuld door de ouders. De band tussen ouder en kind is dan ook een essentiële factor in het opvoedingsproces is. Bij jongeren die in een instelling verblijven, wordt de opvoeding (tijdelijk) overgenomen door opvoeders. Uit onderzoek blijkt dat jongens niet altijd van mening zijn dat ze (her)opgevoed worden in de instelling, terwijl de opvoeders eerder vinden dat ze wel komen tot opvoeding. Echter de korte verblijfsduur, van ongeveer drie maanden, speelt een rol bij het bereiken van deze doelstelling.
Daarnaast wordt aandacht geschonken aan het groepsgebeuren. In een leefgroep waar jongens slechts een korte periode verblijven en de samenstelling van de groep regelmatig verandert, is het moeilijk een hechte groep te vormen. Tevens speelt hierbij de heterogene groepssamenstelling een rol. Het verschil in leeftijd, gepleegde delicten en gedrag maakt het er voor de jongens niet makkelijker op om met elkaar samen te leven. Daarnaast blijkt door de samenplaatsing van jongens de kans reëel te zijn dat ze gedrag van elkaar overnemen. Bovendien zou er in een leefgroep ook sprake zijn van een bepaalde hiërarchie en informeel leiderschap. De leiders kunnen zowel positief als negatief ervaren worden door de jongeren en de opvoeders.
Er wordt dieper ingegaan op deze verschillende aspecten en hoe geplaatste jongeren en hun opvoeders daartegenover staan.
Het samenwerkingsverband Zuid-West
Johan Paulini
In de loop van 2009 startte in Genk een voor Vlaanderen uniek initiatief. Binnen een gebied, dat ongeveer 1/3de van de stad Genk beslaat, vonden zeer diverse jeugdverenigingen elkaar en begonnen een samenwerking. Het startte met een initiatief om eens na te gaan of het niet mogelijk zou zijn om voor de kinderen en jongeren van de kansarme wijken een aanbod binnen de vrije tijd te realiseren 7 dagen op 7 en 12 maanden per jaar. In 2010 won het samenwerkingsverband de Uit de Marge prijs als beste jeugdwelzijnswerkinitiatief van Vlaanderen.